Bible Words Search

Languages: ALL | Nederlands
Bibles: New World Translation
Divisions: Hebrew|OT 5,893, Greek|NT 221
Books: Lu 34, Joh 4, 1Pe 2, 2Pe 6, Eph 6, Re 12, 1Th 4, 2Th 3, Jer 622, La 43, Eze 403, Da 12, Pr 86, Ga 1, Isa 414, 1Co 14, 2Co 8, Ac 51, Ro 15, Ho 39, Joe 26, Mt 18, Mr 8, Ge 150, Le 281, Ex 343, De 439, Nu 351, Jg 136, Jos 171, 1Sa 240, Ru 15, Col 6, Mal 39, Zec 104, Jas 11, Heb 12, 1Ki 213, 2Sa 130, 1Ch 142, 2Ki 229, Ezr 29, 2Ch 306, Ne 17, Ps 680, Job 24, Ob 6, Am 74, Hag 24, Zep 27, Hab 11, Na 10, Mic 36, 2Ti 3, Jon 21, Jude 3
« Previous12345678910 ... 202203Next »
NWT-o Genesis 2:4
waarop Jehovah God aarde en hemel maakte.
NWT-o Genesis 2:5
plantengroei van het veld, want Jehovah God had het niet laten regenen op de aarde en er was geen mens om de
NWT-o Genesis 2:7
En Jehovah God ging ertoe over de mens te vormen uit stof van de aardbodem en in zijn neusgaten de
NWT-o Genesis 2:8
Voorts plantte Jehovah God een tuin in E̱den, tegen het oosten, en daar plaatste hij de mens die
NWT-o Genesis 2:9
Zo liet Jehovah God uit de aardbodem allerlei geboomte ontspruiten, begeerlijk voor het gezicht en
NWT-o Genesis 2:15
Jehovah God nam nu de mens en plaatste hem in de tuin van E̱den om die te bebouwen en er zorg voor
NWT-o Genesis 2:16
En Jehovah God legde de mens ook het volgende gebod op: „Van elke boom van de tuin moogt gij tot
NWT-o Genesis 2:18
Verder zei Jehovah God: „Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik zal een hulp voor hem maken
NWT-o Genesis 2:19
Nu vormde Jehovah God uit de aardbodem al het wild gedierte van het veld en elk vliegend schepsel
NWT-o Genesis 2:21
Daarom deed Jehovah God een diepe slaap op de mens vallen, en terwijl hij sliep, nam hij een van
NWT-o Genesis 2:22
Daarna bouwde Jehovah God de rib die hij uit de mens had genomen tot een vrouw en bracht haar tot
NWT-o Genesis 3:1
De slang nu bleek het omzichtigste te zijn van al het wild gedierte van het veld dat Jehovah God
NWT-o Genesis 3:8
Later hoorden zij de stem van Jehovah God, die omstreeks het winderige gedeelte van de dag in de
NWT-o Genesis 3:9
En Jehovah God bleef de mens toeroepen en tot hem zeggen: „Waar zijt gij?”
NWT-o Genesis 3:13
Daarop zei Jehovah God tot de vrouw: „Wat hebt gij nu gedaan?” Waarop de vrouw antwoordde: „De
NWT-o Genesis 3:14
Nu zei Jehovah God tot de slang: „Omdat gij dit hebt gedaan, zijt gij de vervloekte onder alle
NWT-o Genesis 3:21
En Jehovah God ging ertoe over voor A̱dam en voor zijn vrouw lange kleren van vel te maken en hen
NWT-o Genesis 3:22
Verder zei Jehovah God: „Zie, de mens is als een van ons geworden wat het kennen van goed en kwaad
NWT-o Genesis 3:23
Daarop zette Jehovah God hem uit de tuin van E̱den om de aardbodem te bebouwen, waaruit hij genomen
NWT-o Genesis 4:1
zei: „Ik heb met de hulp van Jehovah een man voortgebracht.”
NWT-o Genesis 4:3
offergave aan Jehovah ging brengen.
NWT-o Genesis 4:4
Terwijl Jehovah nu goedgunstig op A̱bel en zijn offergave neerzag,
NWT-o Genesis 4:6
Hierop zei Jehovah tot Ka̱ïn: „Waarom zijt gij in toorn ontstoken en waarom is uw gelaat betrokken?
NWT-o Genesis 4:9
Naderhand zei Jehovah tot Ka̱ïn: „Waar is uw broer A̱bel?”, en hij zei: „Ik weet het niet. Ben ik
NWT-o Genesis 4:13
Hierop zei Ka̱ïn tot Jehovah: „Mijn straf voor [mijn] dwaling is te groot om te dragen.
NWT-o Genesis 4:15
Hierop zei Jehovah tot hem: „Om die reden moet een ieder die Ka̱ïn doodt, zevenvoudig wraak
NWT-o Genesis 4:16
Daarop ging Ka̱ïn weg van het aangezicht van Jehovah en vestigde zich in het land der
NWT-o Genesis 4:26
een begin mee gemaakt de naam van Jehovah aan te roepen.
NWT-o Genesis 5:29
voor de smart van onze handen ten gevolge van de aardbodem, die door Jehovah vervloekt is.”
NWT-o Genesis 6:3
Daarna zei Jehovah: „Voorwaar, mijn geest zal niet voor onbepaalde tijd ten aanzien van de mens